Beurzen New York gaan met kleine winsten lang weekend in

Gepubliceerd op 22 mei 2020 22:21

NEW YORK (AFN) - De aandelenbeurzen in New York zijn overwegend met kleine winsten een extra lang weekend ingegaan. Beleggers houden rekening met toenemende internationale spanningen nu China zijn grip op Hongkong wil vergroten. Tegelijkertijd hintten verschillende Amerikaanse staten op de versoepeling van maatregelen tegen het nieuwe coronavirus.

De Dow-Jonesindex eindigde nagenoeg vlak op 24.465,16 punten. De brede S&P 500 won 0,2 procent tot 2955,45 punten en technologiebeurs Nasdaq steeg 0,4 procent tot 9324,59 punten. Maandag blijven de beurzen gesloten wegens Memorial Day, de dag waarop gesneuvelde Amerikaanse soldaten worden herdacht.

Premier Li Keqiang kondigde bij de opening van het Nationale Volkscongres dat China wetten gaat instellen om de "nationale veiligheid in Hongkong en Macau" te waarborgen. Die stap wordt fel veroordeeld door de Verenigde Staten.

Economische groei China

China kondigde ook aan dit jaar geen officiële doelen voor economische groei te stellen. Dit duidt erop dat de klap van coronacrisis voor 's werelds op één na grootste economie groot is. Alibaba, Baidu en JD.com, alle drie Chinese techbedrijven met een Amerikaanse beursnotering, stonden tot 6,1 procent lager.

Autoverhuurder Hertz (min 7,5 procent) lijkt in steeds zwaarder weer te geraken. Schuldeisers zijn het nog niet eens geworden met het bedrijf over uitstel van betaling, meldde persbureau Bloomberg op basis van ingewijden.

Nvidia

Een aantal bedrijven kwam ook met kwartaalcijfers. Die van chipmaker Nvidia konden op goedkeuring van beleggers rekenen. Het aandeel werd 2,9 procent hoger gezet, nadat de onderneming de omzet en winst fors had opgevoerd.

Hewlett Packard Enterprise kondigde kostenbesparingen aan na teleurstellende resultaten in het voorbije kwartaal. De zakelijk leverancier van IT-systemen en hardware werd bijna ruim 11 procent minder waard. Branchegenoot IBM kondigde eveneens een reorganisatie aan en verloor 0,6 procent.

De euro was 1,0904 dollar waard, tegenover 1,0897 bij het sluiten van de Europese beurzen. Een vat Amerikaanse olie kostte 1,4 procent minder op 33,46 dollar. Brentolie werd 2,3 procent goedkoper op 35,25 dollar.