Bonden boos over opzeggen Europese afspraken uitkeringen

Gepubliceerd op 13 januari 2021 19:18

UTRECHT (ANP) - Vakbonden reageren boos op het voornemen van de regering internationale afspraken over WW-uitkeringen niet langer na te komen. In een verdrag van de Raad van Europa is afgesproken dat werknemers die zeker één jaar hebben gewerkt minstens 21 weken een uitkering krijgen. Nederland voldoet daar nu niet aan, dus wil het kabinet dit onderdeel van het verdrag opzeggen.

Hoe lang je een WW-uitkering krijgt, hangt in Nederland af van de periode die je hebt gewerkt. Om aan de minimumnorm van een uitkering van 21 weken te komen, moet je in Nederland namelijk niet één maar minstens vijf jaar betaald werk hebben gehad. Dit aanpassen om aan de afspraken binnen de Raad van Europa te voldoen, is volgens ministers Wouter Koolmees (Sociale Zaken) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken) veel te ingrijpend. Ook zouden de WW-uitkeringen te duur worden, zo schrijven ze in een toelichting op hun voorstel.

Die redenen gaan er bij FNV, CNV en VCP niet in. In een gezamenlijke brief noemen de bonden de Europese afspraken juist een belangrijk middel om de basis van een verzorgingsstaat te garanderen. Juist door de coronacrisis, die door alle lockdowns veel banenverlies dreigt te veroorzaken, is volgens hen duidelijk dat een sterk sociaal vangnet nodig is. Nederland doet er daarom juist goed aan wél aan de internationale afspraken te voldoen, schrijven de bonden.

Bovendien zijn er volgens de bonden wel heel zwaarwegende argumenten nodig voor het opzeggen van afspraken binnen de Raad van Europa. Binnen dit orgaan met 47 lidstaten worden veel verdragen gesloten die mensenrechten en de rechtsstaat moeten bevorderen. De door het kabinet aangevoerde redenen, zijn volgens de vakbonden niet uitzonderlijk genoeg om de internationale afspraken over sociale zekerheid te schrappen.

"Onze internationale rechtsorde bestaat bij de gratie van internationale verdragen. Deze verdragen zijn er niet voor niets", zegt vicevoorzitter Tuur Elzinga van FNV. "Als andere landen hieraan wel kunnen voldoen, waarom zouden wij dat dan niet kunnen?’