Terug

Columns

Watchlist

Olie-exploratie klimt uit het dal

Door Jilles van den Beukel
op 13 aug 2019 om 08:30

Tussen het nieuws over de tegenvallende kwartaalcijfers bleef wat ander nieuws over Shell onopgemerkt: de Mexicaanse overheid gaf het groene licht voor een exploratiecampagne van Shell.

Shell investeert de komende jaren 1,2 tot 2,4 miljard dollar in een deepwater exploratie campagne in Mexico.

Let wel, dit bedrag betreft alleen de exploratie: het zoeken naar nieuwe velden. Als Shell inderdaad olie vindt, zullen de kosten voor het ontwikkelen van die velden een veelvoud hiervan bedragen.

Vrijwel onontgonnen gebied

Mexico deepwater is wereldwijd een van de meest interessante gebieden voor bedrijven als Shell. Er is nauwelijks naar olie geëxploreerd. PEMEX, de Mexicaanse staatsoliemaatschappij, had er lange tijd het alleenrecht, maar is - in tegenstelling tot het Braziliaanse Petrobras - geen capabele deepwater olieproducent.

Een kerngebied voor de Golf van Mexico-productie van Shell in de Verenigde staten is de Perdido Corridor, die grenst aan de Mexicaanse offshore. Shell is dus heel goed in staat de aantrekkelijkheid van Mexicaanse gebieden, vlak over de grens, te beoordelen.

Het was blijkbaar aantrekkelijk genoeg om ervoor te zorgen dat bij de veiling van licenties in 2018 Shell juist voor deze gebieden het beste bod deed. Shell was net op tijd; de nieuwe linkse Mexicaanse regering heeft aangekondigd dat dit voorlopig de laatste veiling was.

Ook Total gaat meer exploreren

Ook bij Total nemen in 2019 de exploratieactiviteiten licht toe. In totaal plant het bedrijf voor dit jaar in totaal 23 exploratieputten.

Een behoorlijk deel hiervan betreft relatief goedkope exploratieputten, die zich dicht bij bestaande velden bevinden. Maar er zitten ook enkele 'high risk, high reward'-putten bij in compleet nieuwe gebieden. Het gas- en condensaatveld dat begin dit jaar voor de kust van Zuid Afrika door Total werd gevonden (de huidige schatting van 560 miljoen vaten olie equivalent kan oplopen tot 1 miljard) is een van de grootste discoveries tot nu toe in dit jaar.

Total is van de grote oliebedrijven (de majors) de enige die niet aanwezig is in schalieolie. Dat heeft tot nu toe goed uitgepakt voor de financiële resultaten van het concern, maar betekent wel dat Total meer afhankelijk is van conventionele olie en deepwater dan andere bedrijven.

En zowel Total als Shell hebben wat goed te maken op ENI en ExxonMobil; de meest succesvolle explorers de laatste jaren. De Guyana campagne van ExxonMobil vond tot nu toe ongeveer 6 miljard vaten olie.

De toenemende investeringen in Upstream olie en gas voor Shell en Total nemen niet weg dat ook de groei van hun investeringen in New Energies (met name het duurzaam opwekken en verkopen van elektriciteit) gewoon doorgaan. Dat is voor hen geen PR of greenwashing, maar een puur commerciële zet om zich in te dekken tegen een op de lange duur afvlakkende of lagere olievraag.

2019: (tot nu toe) meer discoveries

De figuur hieronder (bron: Rystad Energy) geeft de totale hoeveelheid olie en gas (in miljoen vaten olie equivalent) weer die wereldwijd gevonden is (op maandbasis).

Gemiddeld was dat dit jaar tot nu toe ruim 1100 miljoen vaten (olie equivalent). Dat biedt hoop dat de toename van exploratieactiviteiten nu ook inderdaad vruchten begint af te werpen.



De bovenstaande figuur zet de zaak ook in perspectief. Het ontdekken van nieuwe velden is nog niet terug op het niveau van de hoge olieprijswereld van voor 2015. Het is de vraag of dat ooit weer zal gebeuren. Het laatste wat oliebedrijven willen is een herhaling van de dure exploratiecampagnes uit die tijd. Er werd toen weliswaar meer gevonden, maar om dat te bereiken werden er ook vaak bakken met geld uitgegeven.

Lagere kosten en selectieve benadering

In 2019 is het totaal van de exploratiebudgetten nog steeds minder dan de helft van wat het voor 2015 was. Dat men desondanks driekwart van de volumes uit die tijd vindt, ligt aan lagere kosten en een grotere focus op de beste gebieden om te exploreren – met de beste kans op succes en met het meeste uitzicht op lage break even kosten bij de ontwikkeling van een veld.

De vraag naar olie stort niet zomaar in

De eventuele nieuwe productie van Shell in Mexico zal op zijn vroegst in 2026 starten en tenminste voortduren tot 2040. De grote oliebedrijven halen, na vier jaar energietransitie en Parijs te hebben aangezien, de voet enigszins van de rem als het om exploratie gaat.

De olieprijs zal vast nog een keer naar beneden gaan, maar de prijs blijft waarschijnlijk niet lang onder de 55 dollar per vat blijft (en overigens ook niet lang boven de 75 dollar). Daarmee valt best te leven.

Het is goed mogelijk dat de vraag naar olie in de jaren twintig en dertig op een plateau uitkomt. Elektrische auto’s zullen zeker een grote vlucht nemen. Maar in absolute aantallen gaat het aantal auto’s met een verbrandingsmotor wereldwijd nog lang niet naar beneden.

En dan hebben we het alleen nog maar over auto’s gehad; verantwoordelijk voor niet meer dan een kwart van het olieverbruik.

De grote oliebedrijven constateren dat de wereld verslaafd is aan olie en dat we daar niet zo een-twee-drie vanaf zijn. In het huidige klimaat moeten ze misschien oppassen dat al te vaak hardop te zeggen, maar het is wel zo.

Mogelijkheden voor beleggers – maar blijf voorzichtig

Dit soort grote oliebedrijven is niet meer zonder risico, al lijken rechtszaken en een verlies aan maatschappelijke acceptatie voorlopig een groter probleem voor hen te zijn dan een instortende vraag naar olie.

Binnen de olie- en gasindustrie lijken de majors wel de beste optie. Blijf in ieder geval weg van schalieolie. Dat combineert de risico’s van de olie-industrie met de financiële resultaten van Tesla: het slechtste van twee werelden.

Men kan weer denken aan de service industry. Bedenk wel dat de activiteiten hier slechts langzaam aantrekken (langzamer dan ik een jaar geleden gedacht had) en dat het vermogen om de prijzen te verhogen nog beperkt is.

Het aandeel deepwater in het ontwikkelen van nieuwe velden stijgt gestaag. Het afgelopen jaar begon de markt voor FPSO’s al wel aan te trekken. SBM profiteerde hiervan. Zover is het voor de deepwater drillers (nog) niet; aandelen van bedrijven als Transocean bleven in de kelder.

... en lange adem is nodig

Shell plant bij dit soort projecten voor een termijn van decennia. Uw termijn als belegger is wellicht korter. Wie belegt in olie dient er rekening mee te houden dat de olieprijs op de korte termijn wel eens heel volatiel zou kunnen blijken te zijn.

President Trump, handelsoorlogen, OPEC, een economische crisis: het kan allemaal leiden to een tijdelijke dip in de olieprijs, al is het omgekeerde trouwens ook mogelijk.

Beleggers moeten wel de financiële lange adem hebben om zo’n dip in de olieprijs te kunnen uitzitten. Of de moed om wat te kopen tijdens zo’n dip.


Jilles van den Beukel is geofysicus. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.
Volg Van den Beukel ook via Twitter: @JillesAppelscha