Terug

Columns

Watchlist

Een Japanse verrassing

Door Rob Stallinga
op 29 dec 2014 om 13:20

Twee jaar geleden koos Japan voor Abenomics, het economische experiment van premier Shinzo Abe. Geheel in de stijl van Keynes zou Abe Japan uit de eindeloze stagnatie spenden. Abenomics leunt op drie pijlers:

  • extra overheidsuitgaven
  • enorme monetaire verruiming
  • structurele hervormingen van de Japanse economie

Van dat laatste komt tot nu toe weinig terecht, maar de Japanse overheidsschuld en de balans van de centrale bank van Japan zijn beide indrukwekkend vermeerderd. Abe’s belangrijkste doel was om een einde te maken aan de deflatie die Japan al vele jaren gevangen hield.

En ja, dat lukte. Dit jaar overstijgt de Japanse inflatie de heilige grens van 2%. Met de economische groei wil het minder vlotten. De laatste twee kwartalen was er wederom sprake van stevige krimp. Voor Abe was dat reden vervroegde verkiezingen uit te schrijven, die hij vorige week glansrijk won.

Mocht Abenomics niet lukken, dan kan Abe nu gewoon kiezen voor nog meer Abenomics. Dat is ook het beleid dat president Haruhido Kuroda van de Japanse centrale bank, Bank of Japan (BoJ), in de praktijk brengt.

Hij verkondigde eind oktober jl geheel onverwacht dat de BoJ nog meer obligaties en staatsleningen zal opkopen dan het al deed: van jaarlijkse 400 miljard euro naar 575 miljard euro.

Hernieuwde dynamiek

Het idee achter de opkoopactie van BoJ is simpel: de centrale bank wordt eigenaar van obligaties, terwijl tegenpartijen in ruil daarvoor geld krijgen. Vervolgens is er de verwachting dat het extra geld op een economisch productieve manier wordt ingezet, bijvoorbeeld doordat banken meer geld uitlenen aan de private sector.

De praktijk blijkt een stuk weerbarstiger. Op de hernieuwde dynamiek van de Japanse economie moeten we nog even wachten, maar het beleid heeft wel gezorgd voor een zwakkere yen en dat is natuurlijk goed voor de vele Japanse exportbedrijven.

Sinds eind 2012 heeft de yen 40% van zijn waarde verloren ten opzichte van de euro. De Japanse economie mag dan wederom in een recessie zijn beland, het heeft de Nikkei er niet van weerhouden record na record te breken. Sinds de komst van Abe zijn de Japanse aandelenkoersen grofweg verdubbeld.

Japan is niet langer het zieke eendje van Azië. De winsttoename van de Japanse exportkampioenen is aanzienlijk.

Gunstiger vooruitzichten

Dit jaar steeg de Nikkei met iets meer dan 9%. Trek je daar de waardedaling van de yen vanaf, dan blijft er iets meer dan 6% over. Voor 2015 zijn de vooruitzichten minstens zo gunstig, zo niet gunstiger, schrijft Legg Mason in zijn outlook voor 2015.

De Amerikaanse vermogensbeheerder ziet Japan steeds concurrerender worden. Dat het GPIF (Government Pension Investment Fund) zijn blootstelling aan Japanse aandelen wil verhogen, wordt ook toegejuicht. Dat zal een extra boost betekenen voor de Japanse aandelenbeurs.

Nee, volgens Legg Mason kunnen de Japanse aandelenkoersen nog heel wat hoger: “De winst- en dividendgroei in Japan is nu al het best van de ontwikkelde wereld. Tegelijkertijd blijven de waarderingen voor aandelen er juist erg laag. Wij verwachten dan ook dat lage verwachtingen in combinatie met de groeivooruitzichten kunnen zorgen voor een verrassing in Japan.”

Om te profiteren van deze mogelijke verrassing leg ik drie Japanfondsen naast elkaar: Fidelity Japan Fund, ING Japan Fund en Henderson Gartmore Fund Japan Absolute Return.

Waardering Morningstar:

  • Fidelity: twee sterren
  • ING: vier sterren (vijf is het maximum)
  • Henderson: geen, want under review

Rendement lange termijn:

  • Fidelity: +5,54% gemiddeld per jaar in afgelopen 5 jaar
  • ING: +8,20% gemiddeld per jaar in afgelopen 5 jaar
  • Henderson: -9,5% gemiddeld per jaar in afgelopen drie jaar

Rendement 2014:

  • Fidelity: +8,19%
  • ING: 8,60%
  • Henderson: -1,26%

Belangrijkste sectoren:

  • Fidelity: cyclische consumentengoederen (29,7%), technologie (17,9%), industrie (14,9%) en financials (11,6%)
  • ING: cyclische consumentengoederen (20,6%), industrie (19,7%), technologie (18,3%) en financials (15,6%)
  • Henderson: cyclische consumentengoederen (17,9%), industrie (16,2%), technologie (15,6%) en financials (15,5%)

Top-drie posities:

  • Fidelity: Toyota, Hitachi, Mitsubishi
  • ING: Toyota, Mitsubishi, Nippon Telegraph & Telephone
  • Henderson: Sumitomo Mitsui Financial, Hitachi, Mitsubishi

Beweeglijkheid (hoe kleiner het getal, hoe beter):

  • Fidelity: 10,34
  • ING: 10,98
  • Henderson: 11,18

Kosten:

  • Fidelity: 1,92%
  • ING: 0,80%
  • Henderson: 1,84%

Conclusie

Het beleggingsfonds van ING verslaat de concurrentie op welhaast alle fronten. Het ING Japan Fund leverde beleggers de afgelopen jaren het beste rendement op. Het heeft van de drie fondsen de hoogste waardering van Morningstar en is ook nog eens verreweg de goedkoopste van het stel.

Opmerkelijk is wat dat absolute return in de fondsnaam van Henderson Gartmore doet. Dit fonds gokt zowel op koersstijgingen als koersdalingen maar grossiert vooral in negatieve rendementen. Dat is niet waar absolute return voor staat.


Rob Stallinga is financieel journalist. De informatie in zijn artikelen is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Klik hier voor een overzicht van de beleggingen van de IEX-redactie.

Gerelateerde aandelen16:57:30

  NN Japan Fund
17,100
+0,020
+0,12%
  Fidelity Funds Japan Fund A
198,800
+0,400
+0,20%
  TOKYO-Nikkei 225
22.044,45
+83,74
+0,38%
  EUR/JPY
119,4580
-0,1750
-0,15%